Een Nederlander met Karabakhi hart en Aghdami wortels

"File:Akna (Aghdam), Mosque - panoramio.jpg" by vahemart is licensed under CC BY-SA 3.0

By | Ilkana Goja 

March 1, 2021 

Een Nederlander met Karabakhi hart en Aghdami wortels

Boven afbeelding. Aghdam zoals het was. “Aghdam, Mosque, 2010.08.18 (01)” by Vahe Martirosyan is licensed under CC BY 2.0

Al vanaf het begin van dit jaar (2020) droom ik dat ik weer terug ben in mijn ouderlijke huis in Agdam, maar dat er van ons huis niets meer over was. Alleen een klein stukje wand en die was gewond, in pijn, verlaten en in rouw. Het resultaat van een vreselijke oorlog.

Ik ben een Nederlander met Azerbeidzjaanse wortels vanuit Agdam. De afgelopen 27 jaar heb ik hard gewerkt om alle pijn en trauma van deze gruwelijke oorlog achter mij te laten. Dit lukte mij heel aardig, soms nog geplaagd in mijn dromen door beelden van mijn vermiste broer, die maar 17 was toen Armenen hem hebben ontvoerd, en hij is nooit terug gekomen. Hij was jong, knap en getalenteerd. Hij wilde een zakenman worden. Agdam en mijn broer zijn samen weg. Agdam is terug, mijn broer niet. Soms door herinneringen van mijn vader, soms van Agdam zelf en soms van mijn oma. De dromen hielpen mij door mijn leven heen. 

Vanaf 27 september werden oude wonden weer opengereten, kwamen veel emoties boven en herbeleefde ik veel van wat ik als kind had meegemaakt.

Agdam was een van de grootste steden van Krabakh met destijds een bevolking van meer dan 150.000 mensen. De stad is heel lang een steunpilaar geweest voor de regio tijdens de 1e Karabakh oorlog. Helaas, 23 juli 1994 was de donkerste dag voor de bewoners van Agdam en het begin van een lange periode van verdriet.

De laatste keer dat ik onze huis verliet was rond 15 juli 1993. Na mijn examens was ik terug voor de zomervakantie. Normaal gesproken een fijne periode maar nu erg zwaar vanwege de aanhoudende bombardementen. Mijn ouders wilde dat ik weer terug ging, weg, ver weg van het gevaar. Ze waren bang en wilde niet dat ons ook iets overkwam zoals in Khajaly city, waar mensen in een koude winternacht werden gemarteld en vermoord (26 februari 1992). 

Ik heb wederom 2 zware nachtelijke bombardementen meegemaakt. De Armenen bombardeerden dag en nacht. Onze huizen waren niet gebouwd voor oorlogstijden. We hadden geen schuilkelders. Het was te gevaarlijk om naar buiten te gaan. De situatie werd onhoudbaar. Mijn vader en ooms hebben toen besloten om een ieder in veiligheid te brengen. 

De ochtend dat we moesten vertrekken keek ik als bevroren naar het huis, ondanks de warme zomerdag. De L-vormige pergola rondom het huis heen was vol met rode rozen met fluweelachtige blaadjes. De boeket van witte en wilde rozen met een uitbundigheid die helaas niet paste bij dit verdrietige moment. De geur van de bloemen vermengde zich met elkaar en gaf een verrukkelijke geur. Ik wierp een blik omhoog en wilde alles in me opnemen. Ik zag druiventrossen in verschillende kleuren, die mijn vader al die jaren met grote aandacht en liefde had gekweekt. Een pergola vol met verschillende bloemen en druiventrossen. En droombeeld dat ik nog altijd in mijn eigen tuin in Nederland wil creëren.

Before war came to Aghdam, flowers blossomed: Ilkana Goja part 1

Alles was ongelooflijk mooi en charmant. Misschien wisten de bloemen dat ze de laatste keer op de pergola waren. De pergola was van ijzer gemaakt en was best prijzig. Een aanwinst voor de Armenen die na de bezetting het zouden meenemen. Alles voelde anders, was in stille rouw en in afscheid. Alle bomen, bloemen en de natuur, zelfs het huis zelf was afscheid aan het nemen. Onbewust, in gevoelenstaal. Alles voelde anders en de omgeving nam afscheid van ons met zijn schoonheid. Ik proefde het voor de laatste keer met de volheid van deze schoonheid. Als ik maar geweten had dat deze ongelooflijk mooie ervaring een vaarwel was, voor op zijn minst 27 jaar! Gewoon een schitterend beeld dat ik nooit meer zal zien, een geborgenheid die ik nooit meer zo kan ervaren, een verbinding die ik na al die jaren nog zal zoeken! Alles was zo mooi en intens, net zoals iemand opleeft vlak voor zijn dood. Stiekem wist ik het waarschijnlijk wel dat dit de laatste keer was, echter wilde mijn hart het niet geloven. 

We sliepen 2 nachten in de kelder. Er hing een vreemd gevoel van stilte in de lucht. Ik ben zo bang voor dit gevoel. Het is de voorbode van een groot verlies voor mij. Ik verstijfde, ik kwam in opstand. Ik wilde het huis niet verlaten, mijn vader en mijn oom kwamen achter mij aan om mij te overtuigen. Ze konden me niet uit het huis krijgen. Toen kwam mijn tante en zei dat als je niet gaat, verwacht dan ook wat ons in Khojaly is gebeurd. Op een koude winternacht werd Khojaly city, bewoond door meer dan 6.000 Azerbeidzjaanse mensen, aangevallen door Armeense troepen. De mensen uit de stad hadden geen kans om hun huizen te verlaten, 613 mensen onder wie kinderen, vrouwen, oudere mensen zijn vermoord. 150 mensen werden vermist. Burgers van Agdam werden dagelijks bedreigt met dat ons een nog erger lot te wachten stond dan de burgers van Khojaly. Ik wilde niet weg, maar het moest. 

Mijn ouders waren erg bang voor ons. Maar ik was niet bang. Misschien was ik jong, ik begreep de risico’s niet. Ik wilde naar het ziekenhuis om de gewonde soldaten te helpen. Helaas dat mocht niet.
De laatste minuten met ons huis, de laatste ontmoeting, de laatste momenten van geborgenheid, het laatste moment met de herinnering samen uit mijn kindertijd vol met vreugde met mijn familie, het huis, de omgeving, de natuur, de bloemen die ik van kinds af aan verzorgde.

De perenbomen, de kersenbomen, de walnotenbomen gepland door de grootvader van mijn grootvader, ik zou niet meer kunnen slingeren in de schommel die aan die 120 jaar oude walnotenboom hangt. Verschillende soorten appels, granaatappels, kweeperen, moerbeien, en nog veel meer … Al de vijgenbomen in verschillende kleuren riepen mij om te klimmen en vijgen te plukken. Maar dat kon niet, de bomen klimmen was te gevaarlijk. We wisten niet wanneer en wat voor soort schelpen zouden vallen ….. 

Ik hoorde het geruis van de Kotel rivier, die ook anders was dan anders. Het stroomde anders, alles klonk als een triest en droevig afscheid … de waterval maakte een ander geluid, de druppels waren dunner, de laatste was voorzichtiger. Had ik geweten dat dit de laatste keer was, had ik dan een handvol land van onze tuin meegenomen. 

20 november 2020, is de dag die een nieuwe hoofdstuk in mijn leven opent. Agdam is weer terug, van ons. Mishandeld, vernietigd, vernederd. De moskee die ik met oma bezocht, is vernield, beschadigd en werd misbruikt als varkensstal.
Het zal moeilijk zijn weer eenzelfde Agdam te bouwen. Omdat veel van mijn dierbaren niet meer leven. Mijn vader kan niet meer zijn kunsten gebruiken om zo weer een mooi huis te bouwen. Een nieuw huis kan de warmte en liefde van zijn handen niet krijgen. En het zal tijd kosten om een nieuw, mooi en warm huis te creëren. De bomen zullen vele jaren moeten groeien om weer mooie vruchten te dragen. En wie is daar om ze liefdevol op te kweken?

Weet jij wat het zwaarste is? Ik kon mijn huis niet beschermen, ik vluchtte Agdam uit, liet hem alleen achter in de handen van meedogenloze Armenen en vluchtte. Ik heb niet mijn best genoeg gedaan voor Agdam. Of misschien wilde Agdam het zelf. Eerst ging ik terug naar Baku om af te studeren. En daarna heeft het lot mij naar het bevooroordeelde Europa gejaagd. Misschien wilde Agdam dat ik zijn stem hier laat horen. En dat doe ik hier met veel liefde voor Agdam.Nog steeds ik voel me schuldig dat niet kon terug geven wat Agdam mij had gegeven. Ik hem achtergelaten in de handen van Armenische terroristen. Wellicht kan Agdam mij nog vergeven. Een andere vraag is: kan ik mijzelf hiervoor vergeven? Agdam is het Haroshima van Caucasus en de tweede “Ghost city” van de wereld. Nog steeds heel erg gewenst, gewild en weer verwelkomt het ons. Ik zou er graag heen willen om de muur uit mijn dromen (en mezelf) te troosten.

Toevoeging: Bron: Foto’s van Agdam op 23/11/20, door persfoto Reza Dekati. Hij is een Franse fotojournalist van Iraanse afkomst.